newsletter

newsletter

Nieuwsbrief, 9 February 2021

Samen is alles leuker
U hebt leuk gereageerd op onze nieuwsbrief in december 2020; de teams arbeidsrecht, ondernemingsrecht, IE en privacy hebben vanuit die invalshoeken u op de hoogte gebracht van belangrijke ontwikkelingen. Dat viel dus kennelijk in de smaak en daarom hebben we voor de VdS februari nieuwsbrief opnieuw de handen ineengeslagen. Samen is immers alles leuker, zeker in deze tijd! 

In deze nieuwsbrief worden de volgende vragen beantwoord. Hebben privégedragingen arbeidsrechtelijke consequenties voor uw werknemers en hoe zit het dan met het recht op een transitievergoeding? Vanaf 1 januari 2021 is de Wet franchise van kracht. Wat houdt die in? Wanneer is er wel of geen overdracht van auteursrecht? En tot slot leest u alles over het uitwisselen van persoonsgegevens met het Verenigd Koninkrijk na de Brexit. 

Team arbeidsrecht: Ontslag vanwege privégedragingen (“avondklokrellen”)

Stelt u zich voor dat één van uw werknemers aanwezig was bij de “avondklokrellen”. Heeft dat arbeidsrechtelijke consequenties? En heeft de werknemer dan ook recht op een transitievergoeding? 

Werknemers kunnen door hun werkgever in beginsel niet worden aangesproken voor gedragingen in privétijd. Immers, iedere burger heeft het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, vrijheid van meningsuiting en demonstratie. Dat is anders indien de privégedragingen van de werknemer de arbeidsovereenkomst raken. Aspecten die hierbij van belang zijn, zijn onder andere: de aard van de functie, of de gedragingen invloed hebben op (de uitvoering van) het werk, het beleid van de werkgever en in hoeverre de reputatie van de werkgever wordt geschaad. Het plegen van een strafbaar feit leidt niet per definitie tot een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Zo heeft de kantonrechter Rotterdam de arbeidsovereenkomst van een teamleider bij het OM, die bij een drugstransport betrokken was, op grond van verwijtbaar handelen ontbonden. De voorbeeldfunctie van de teamleider en het feit dat het OM door de gedragingen van de teamleider in diskrediet is gebracht, wogen zwaar. De gedragingen werden echter niet gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar, omdat niet is komen vast te staan dat de teamleider zich bewust was van het drugstransport, zij al 30 jaar in dienst was en altijd goed heeft gefunctioneerd. De transitievergoeding is om die reden toegekend.

De kantonrechter Amsterdam heeft de arbeidsovereenkomst van een werknemer van Greenpeace ontbonden op grond van verwijtbaar handelen, omdat hij zich met stevige bewoordingen (zoals “All of them should burn in hell”) op Facebook had uitgelaten over de protesten in Hong Kong. Zijn mening was zo sterk in strijd met de kernwaarden (en de Code of Conduct) van Greenpeace dat hij die – als goed werknemer – niet publiek had mogen maken. De rechter woog mee dat Greenpeace als werkgever stond vermeld op de Facebook pagina van de werknemer. De transitievergoeding werd wel toegekend, omdat geen sprake was van het doelbewust of rechtstreeks benadelen van de werkgever.

Het Hof Den Haag ging over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een docent (voortgezet onderwijs) die strafrechtelijk werd veroordeeld vanwege het opslaan van kinderpornografisch materiaal op zijn computer. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (in plaats van verwijtbaar handelen), omdat de docent (in de strafrechtszaak) in hoger beroep was gegaan en de kans aanwezig was dat hij alsnog vrijuit ging. De docent had de school in de eerste instantie echter niet op de hoogte gebracht van de strafzitting. De school werd hierover geïnformeerd door een journalist. De positie van de docent werd daarna onhoudbaar. Ook in dit geval is de transitievergoeding toegekend, omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen.

Kortom, alle omstandigheden van het geval worden meegewogen bij de beoordeling van een ontbindingsverzoek vanwege privégedragingen van de werknemer en voor de vraag of er recht bestaat op de transitievergoeding. De lat voor “ernstig verwijtbaar handelen” ligt hoog. Indien de gedragingen niet doelbewust waren (gericht op het schaden van de werkgever), dan is de kans dat de transitievergoeding wordt toegekend, groot. Indien u als werkgever van gedachten wilt wisselen over (privé)gedragingen van een of meer werknemers neem dan contact met ons op; wij adviseren u graag.  

Team ondernemingsrecht: De Wet franchise

Op 1 januari 2021 is de Wet franchise in werking getreden. Doel van deze wet is een evenwichtigere en transparantere relatie tussen franchisegevers en franchisenemers. De wet ziet op vier onderdelen van de samenwerking tussen franchisegevers en -nemers:

  1. De (precontractuele) uitwisseling van informatie
    De wet bepaalt welke relevante informatie er in de precontractuele fase minimaal gedeeld moet worden met potentiële franchisenemers. Ook wordt de franchisenemer een stand-still periode geboden om de juiste afwegingen te maken.
     
  2. De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst
    De franchisegever heeft de instemming van de franchisenemer nodig als hij voornemens is om de franchiseovereenkomst te wijzigen en deze wijzigingen financiële gevolgen heeft voor de franchisenemer.
     
  3. De beëindiging van de franchisesamenwerking
    De wet beperkt de reikwijdte van non-concurrentiebedingen en is er een regeling opgenomen inzake (de verdeling van) opgebouwde goodwill.
     
  4. Het overleg tussen de franchisegever en zijn franchisenemers
    De wet verplicht de franchisegever en franchisenemer om ten minste eenmaal per jaar overleg te voeren, o.a. om hun activiteiten onderling af te stemmen.

De wet is ook van toepassing op bestaande franchiseovereenkomsten. Voor deze overeenkomsten geldt echter een overgangsperiode van twee jaar ten aanzien van specifieke bepalingen, waaronder het instemmingsrecht, het non-concurrentiebeding en de goodwill-regeling. Tot slot bevat de wet een evaluatiemoment over vijf jaar. 

Benieuwd welke gevolgen de Wet franchise heeft voor uw onderneming? Neem dan gerust contact met ons op. Wij adviseren u hier graag bij.

Team intellectueel eigendomsrecht: Wel of geen overdracht auteursrecht?

Hoe vaak gebeurt het niet dat partijen een overeenkomst opstellen, waarna deze vervolgens niet of slechts door één van de partijen wordt ondertekend? Deze situatie speelde recentelijk bij de Rechtbank Gelderland.

IBuildGreen B.V. (IBG) en Connect zijn beide softwareontwikkelaars. IBG benaderde Connect met het verzoek om een 3D-tekenprogramma verder te ontwikkelen en te onderhouden. Connect stelde hiervoor een overeenkomst op. In die overeenkomst droeg Connect het auteursrecht op de door haar te ontwikkelen software aan IBG over. Verder werd in de overeenkomst opgenomen dat deze alleen geldig is als beide partijen de overeenkomst hebben ondertekend. Uiteindelijk ondertekent alleen IBG de overeenkomst. De overeenkomst wordt geruime tijd uitgevoerd. Vervolgens gaat IBG failliet. De curator van IBG stelt zich op het standpunt dat IBG – op grond van de overeenkomst – het auteursrecht heeft op de ontwikkelde software. Connect stelt dat het auteursrecht niet aan IBG is overgedragen, omdat Connect de overeenkomst niet heeft ondertekend.

Wie heeft gelijk? 
De rechter in kort geding stelt allereerst vast dat beide partijen het eens waren over de belangrijkste bepalingen uit de overeenkomst. Bovendien was geruime tijd volledige uitvoering aan de overeenkomst gegeven. Ook uit de correspondentie over en weer blijkt dat de partijen uitgingen van een bindende overeenkomst. De door Connect verstuurde facturen zijn (voor een deel) door IBG betaald. Om die redenen mocht IBG er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Connect de overeenkomst nakwam. 

Uitkomst: ondanks het feit dat Connect de overeenkomst niet heeft ondertekend, is deze tot stand gekomen en bindend voor beide partijen. (De curator van) IBG is auteursrechthebbende geworden op de software.

Team privacyrecht: Gevolgen Brexit voor uitwisseling persoonsgegevens

De Brexit heeft grote impact op de verwerking van persoonsgegevens. Vanaf 1 januari 2021 geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet meer in het Verenigd Koninkrijk.

Tot 1 mei 2021 geldt er in het Verenigd Koninkrijk een overgangsperiode. Deze periode kan worden verlengd met twee maanden. In deze periode is het mogelijk om persoonsgegevens uit te wisselen met het Verenigd Koninkrijk, zoals dat werd gedaan vóór de Brexit-deal. Als de overgangsperiode voorbij is, zijn er twee situaties mogelijk:

  1. Wel een adequaatheidsbesluit. Als de Europese Commissie in de overgangsperiode een adequaatheidsbesluit neemt over de doorgifte van persoonsgegevens aan het Verenigd Koninkrijk mag de doorgifte plaatsvinden zoals voorheen. De EC zegt hiermee dat de Britse wetgeving een niveau van gegevensbescherming biedt dat gelijkwaardig is aan die van andere landen uit de Europese Economische Ruimte (EER). Geen andere maatregelen zijn in dit geval nodig.
     
  2. Geen adequaatheidsbesluit. Heeft de Europese Commissie (nog) geen adequaatheidsbesluit genomen, dan wordt de doorgifte van persoonsgegevens naar het Verenigd Koninkrijk gezien als een doorgifte naar een land buiten de EER; een derde land. Het is dan nodig andere instrumenten in te zetten zoals Standard Contractual Clauses of Binding Corporate Rules. Van belang is ook te kijken of er hiernaast nog aanvullende technische, contractuele en/of organisatorische maatregelen genomen moeten worden. Raadpleeg hiervoor het zestal stappen uit onze nieuwsbrief in december 2020.

Voor nu is het afwachten tot na de overgangsperiode en natuurlijk wat de Europese Commissie gaat beslissen. We houden u op de hoogte.

Heeft u vragen over de onderwerpen in deze nieuwsbrief? Neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Met vriendelijke groet,

Team arbeidsrecht: Ester Kalis, Matthijs Bos, Eugenie Ágoston, Maartje van Asten, Marjon Schlimbach, Romy Schneider, Lara Groenveld, Laura de Sain en Nadine van der Valk

Team ondernemingsrecht: Jan van der Steenhoven, Arjan van Elk, Alexander op ’t Hoog, Annabel van Iersel en Harm Eland

Team IE/privacy: Ruby Nefkens, Hylke Klasens, Merel Janssen en Eva Meijer

Van der Steenhoven advocaten N.V.
Herengracht 582 (1017 CJ) Amsterdam
tel: +31 (0) 20 607 79 79
www.vandersteenhoven.nl, mail@vandersteenhoven.nl

Aan de samenstelling en inhoud van deze nieuwsbrief is de meeste zorg besteed. Van der Steenhoven advocaten N.V. aanvaardt geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van deze nieuwsbrief genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen is geraadpleegd.

 

Would you like to receive the newsletter?

 

  please subscribe here